Pushkar

Zodra je deze “heilige stad” nadert, merk je al waar heilig voor staat in India… roepies! Je betaalt toeristentaks om de stad in te mogen. Ze duwen je op straat bloemen in handen om in het meer te offeren en vragen dan uiteraard geld voor het ritueel. Als je geen ritueel wil laten uitvoeren, verdwijnt hun glimlach en word je afgesnauwd, beledigd en weggestuurd. Je moet al stevig in je schoenen staan om hier niet onder te buigen.

Bij de Brahma tempel is het niet anders. Tassen en camera’s mogen niet mee naar binnen, je kan ze tegen betaling wel achterlaten. Maar H vertrouwt het niet en besluit buiten te wachten. De tempel is niet bijzonder mooi, maar het is een van de weinige tempels gewijd aan Brahma en trekt alleen al daarom veel pelgrims. Binnen wordt er bij elk schrijn gevraagd of er voor iemand uit je familie gebeden moet worden, tegen betaling, uiteraard.

Voor de duizenden mensen die hier van heinde en verre naartoe komen (velen zelfs te voet) is dit vast een bijzondere plek, maar ik voel het niet. Ik zie alleen de commercie. Ik zie een stad die tot één grote markt verworden is, vol toeristenkraampjes, eethuisjes en hotels. En de tempel… die lijkt gewoon een van de vele kraampjes, een kraampje waar hoop verkocht wordt.

Is ons bezoek aan Pushkar dan tijdverspilling? Nee, er zijn ook lichtpuntjes: het is hier iets minder druk, iets minder vuil en we hebben het gevoel even op adem te kunnen komen want het hotel waar we verblijven heeft een tuin met honden, paarden en een streepje groen. Bovendien serveren ze er bananenpannenkoeken met honing. Mmmmm, lekker!

Je moet hier wel ontzettend veel geduld hebben… we wachten ondertussen al een uur op het avondeten.

26 april 2018