Allemaal de boom in

Een donderdagochtend in 1988, de stoelen stonden in een U voor het debatuurtje (waar ik trouwens een hekel aan had) en de discussie liep hoog op. Er werd vurig gepleit voor kernenergie maar de tegenstanders hadden meer en betere argumenten. In een poging het debat terug naar zich toe te trekken vroeg een voorstander: “Moeten we dan allemaal terug de bossen in? Moeten we dan weer in bomen gaan leven?”

De rest van die dag heb ik me afgevraagd of dat inderdaad niet de enige juiste conclusie was.

Maar denken leidt zelden tot antwoorden en als het antwoord al komt, is het haast nooit het juiste en als het al juist is voor ons, is het dan ook juist en goed voor iedereen?

30 jaar later kijk ik op mijn wekker. 4h23 en het is weer debatuurtje, in mijn hoofd. Ik heb er nog steeds een hekel aan. Het thema: ons denkvermogen. De tegenstander – ook al is hij een product van dat denkvermogen –  roept het luidst. Denken heeft de wereld nog nooit fundamenteel beter gemaakt, op geen enkele manier. Alles wat ooit een goed idee leek, is schadelijk gebleken en alles wat ooit briljant leek, ronduit verwoestend. Het denkvermogen is dus geen succesverhaal, niet voor het collectieve en al evenmin voor het individu. Weg ermee! Het doet ons piekeren, hunkeren, verlangen, veroordelen, verwoesten… onszelf en de wereld.

De voorstander is het er niet mee eens. Denken is wat ons onderscheid van de dieren. En wat dan met alles wat het leven kleur en zin geeft? Geen denken, geen kunst. Geen denken, geen filosofie. Geen denken, geen poëzie, geen literatuur. Geen denken, geen muziek. Geen denken, geen…

De tegenstander slikt… Geen woorden meer!? Is de pijn van het mens zijn de prijs die we moeten betalen om schoonheid te kunnen ervaren? Of … hebben we die vormen van schoonheid bedacht als pleister op de denk- wonde? Een pleister die we niet nodig zouden hebben zonder dat denkvermogen en die we dus niet zouden missen? Niet eens zouden kunnen missen. Geen denken, geen gemis.

De voorstander voelt dat hij het debat aan het verliezen is. In een wanhoopspoging roept hij: “Moeten we dan allemaal terug de bossen in?”

30 jaar later ben ik er eindelijk zeker van. Ja! De hele mensheid de boom in!

Beter is nog niet goed

Goed, beter, best. Deze trappen van vergelijking hebben we ooit klassikaal opgedreund. Ze doen vermoeden dat beter superieur is aan goed. Maar dat is het niet. Soms is enkel goed goed en is beter en best nog steeds beschamend en mensonwaardig. Alles hangt af van het vertrekpunt.

Een betere wereld is niet perse een goede wereld. Betere werkomstandigheden zijn niet noodzakelijk goed. En wat dacht je van de beste manier om dieren te slachten? Niet goed he.

Sommige reizen hebben meer impact op je dan andere. Een weekje aan een Spaans costa kan aangenaam en ontspannend zijn, maar je gaat er nadien niet van wakker liggen tenzij je er een zwangerschap, een geslachtsziekte, een langeafstands-relatie of alle voorgaande samen aan overhoudt. Een reis naar India daarentegen kan de gemoedsrust ernstige schade toebrengen.

Bij elke stap die ik ginder zette, werd ik met de neus op de feiten gedrukt: We zijn met z’n allen gebuisd voor de kleuterklas! Wat leerden we daar? Eerlijk delen, niet liegen, niet pesten, niemand pijn doen, iedereen laten meespelen, je rommel zelf opruimen en beleefd zijn. Wel… geen kus van de juf, geen bank vooruit. Iedereen 0/10.

En als ik dan thuis kwam en de kranten las werd ik er niet bepaald vrolijker van. Dierenleed, oorlog, armoede, stranden en zeeën vol plastic,… de lijst leek eindeloos. Je zou er haast moedeloos en apathisch door worden en je tevreden stellen met aan huis geleverde maaltijdboxen, een abonnement op Netflix en een doorlopende opdracht aan Artsen zonder Grenzen, Animal Rights en Vluchtelingenwerk Vlaanderen om het bevoorrechte-Europeaan-schuldgevoel af te kopen.

Maar ik wou iets doen, iets echts, iets tastbaars. Ik had alleen geen idee welk probleem ik zou kunnen aanpakken in mijn eentje en nog minder op welke manier.

Had, je leest het goed, verleden tijd, onvoltooid weliswaar, maar daar komt spoedig verandering in. Wat deze wereld nodig heeft om ‘goed’ te worden is een nieuwe superheld. Eentje met humor en zelfspot. Eentje die zijn donkere kant kent en wil overwinnen (maar soms ook niet). Eentje zoals Deadpool! Maar dan in het turquoise.

Nog even geduld. “E-P” is coming to the rescue!

Irgendwie, irgendwo, irgendwann

Wachten op inspiratie, op een betere computer, op de nieuwe versie van scrivener, op een idyllische schrijfplek, op een zee van tijd,… op Godot.

Wachten tot je de personages echt door en door kent, tot ze beginnen spreken, tot er zich een meesterlijk plot aandient,… tot je een ons weegt.

Het blijft een vreemd fenomeen. Elk excuus lijkt goed te zijn om niet te hoeven schrijven; maar als je me zou vragen wat ik het liefst doe, antwoord ik vast schrijven.

Even de proef op de som nemen…

-Inge, wat doe je het liefst?

-Schrijven! Zonder twijfel.

-Zeker?

-Zeker!

Zie je wel. En toch vinden de boeken hun weg niet van hoofd naar papier.

Met tekenen is het anders. Ik zou kunnen wachten op inspiratie, op het juiste materiaal, op de juiste ruimte, op de perfecte lichtinval, of op het meest memorabele stilleven. Maar dat doe ik niet. Ik teken in de woonkamer, in de wachtkamer van de dokter, bij de kapper of in het shoppingcenter. Televisie op de achtergrond? Geen probleem, dan probeer ik toch gewoon de presentator te tekenen. Of de afstandsbediening. Maar 5 minuten tijd? Ook geen probleem, dan gaat daarna het boek toe. Niet af is geen ramp. Om het even hoe, om het even waar, om het even wanneer…

Het verschil? Er staat bij tekenen niets op het spel. Ik kan het niet, dus kan ik ook niet falen. Elke lijn die min of meer in de juiste richting loopt is een succes, elke tekening die in de verte een beetje op het model lijkt is een meesterwerk. De faaldrempel is quasi onbestaand en succes wordt instant bereikt. Geen wonder dat ik het zo leuk vind.

En bij schrijven? Aan welke criteria moet het voldoen opdat ik het gevoel heb dat het echt goed is? Hmmm, een bestseller, liefst verfilmd… En wanneer heb ik het gevoel dat het niet goed is? Als het niet meteen in één lange woordenstroom uit mijn handen rolt.

Kort samengevat, de slaagdrempel is quasi onbestaand en falen gebeurt instant. Geen wonder dat elk excuus goed is om het niet te doen. Ik denk dat ik nog wat ga tekenen…

       

13 april 2018

356 dagen?

“De ondertitel van je blog is 365 dagen schrijven, maar je schrijft niet elke dag. Zou je die titel dan niet beter veranderen!?”

Er staat inderdaad 356 dagen schrijven, niet 365 dagen blogs posten.  Niet alles wat ik schrijf is immers geschikt voor publicatie, het meeste zelfs niet. Y2 weet dat ondertussen ook. Als ze me ziet schrijven volgt meestal de vraag: “Voor je blog of voor je geheime dagboek?” Dat is de naam die zij gegeven heeft aan mijn Morning Pages. Haar ogen draaien zodra ze hoort dat het niet voor mijn blog is. Ze vindt het maar niets, een moeder die dingen schrijft die zij niet mag lezen. Ouders horen geen geheimen te hebben voor kinderen! Waarschijnlijk stelt ze er zich heel wat meer bij voor dan het is. In realiteit is het meestal van de hak op de tak springend gezeur; mijn manier om de ondraaglijke vluchtigheid van het bestaan een plaats te geven, om de schoonheid te kunnen zien in het dagdagelijkse, het bijzondere in het banale, de elegantie in het verval. Het is mijn psycho-analist aan huis, het ontwarren van de kluwen in mijn hoofd.

De eerste keer dat ik Morning Pages schreef was in oktober 2001 door het lezen van The Artist’s Way van Julia Cameron. Het was een revelatie. Zo eenvoudig! Zoveel resultaat! “Dit blijf ik langer dan 12 weken doen, dit is iets voor de rest van mijn leven,” dacht ik. Tot ik door omstandigheden eens een dag oversloeg en dan nog een. 12 ononderbroken weken heb ik nooit gehaald, maar om de paar jaar duikt het boek (of een van haar vervolgboeken) weer op bij een opruimbeurt of een verhuis. Dan start ik er met volle moed mee en telkens vraag ik me af waarom ik er überhaupt mee gestopt was.

Geen idee wat Morning Pages zijn? Je staat ’s ochtends op en voor je wat dan ook doet, produceer je een drie bladzijden lange ongecensureerde woordenstroom. Destijds was het handgeschreven, nu gebruik ik morningpages.net. Het resultaat is hetzelfde: de ballast wordt overboord gegooid waardoor ik tegelijk meer ontspannen en gefocust ben, bovendien levert het vaak inzichten op, een gevoel van dankbaarheid en niet zelden nieuwe creatieve impulsen.

Het voordeel van de online versie is de teller. Ik weet het, het is niet de meest verheven vorm van motivatie, maar het helpt me om in beweging te blijven. Als ik een dag oversla wordt die teller immers weer op nul gezet. Oh, ramp! Dus zelfs als ik geen zin of amper tijd heb, is er in de loop van de dag altijd wel een moment waarop ik mezelf de figuurlijke schop onder de kont geef en inlog om mijn verplichte woordenaantal te scoren. Eerst voelt het als moeten, maar zodra ik in de flow kom, ben ik die teller dankbaar. Soms zijn het noon, of evening pages, maar er wordt tenminste geschreven, elke dag opnieuw.

10 april 2018

Met poncho en muts

Een schrijversretraite, dat leek me wel wat, een reisje naar een warme plek, een rustige, inspirerende omgeving, liefst all-inclusive. Een plek waar ik me met niets anders hoefde bezig te houden dan met mijn boek. Totaal onverwacht deed de gelegenheid zich voor en ik kon dus niet anders dan ze met beide handen aangrijpen. Resultaat… ik verblijf gedurende 4 nachten aan de Belgische kust in een kamer zonder verwarming terwijl het buiten -10° is, zonder warm water en zonder hapjes en drankjes à volonté. Het enige dat inbegrepen is, is het uitzicht op de achtergevel van een ander hotel, een krakend bed en een donsdeken dat eerder geschikt is voor de zomer dan voor deze polaire temperaturen. Maar ondanks het feit dat dit geen verblijf is in een tropisch resort en dat ik de eerste nacht door een boekingsfout zelfs mijn toevlucht moest nemen tot een gedeelde kamer in een jeugdherberg, is deze vakantie aan zee toch een succes. Mijn boek begint namelijk vorm te krijgen.

Vroeger, met de liefdesromannetjes, was het makkelijk. Enkele dagen rustig warmlopen en dan in een marathon van één à twee nachten de finish halen. De grote lijnen lagen vast en de personages waren zo vlak dat ze in één enkele zin te omschrijven waren. Ik hoefde enkel het verhaal in 12 stukjes te verdelen en dan elk stukje in te kleuren. Er werd afgeteld naar het beoogde aantal woorden en ik wist precies hoeveel ik er op een uur kon schrijven. Tegen dat de zon opkwam en de kinderen gewekt moesten worden, was de roman de deur uit. Maar zonder dit kader leek ik het vermogen om te schrijven te zijn kwijtgeraakt. Ik had nog wel verhalen in mijn hoofd, maar ze raakten niet meer op papier. Tot ik eergisteren dit boek opensloeg:

Het lijkt verdomd veel op wat ik vroeger deed: lijnen trekken en inkleuren. En dat is wat ik hier de afgelopen dagen aan zee deed, hoofdstukken lezen en het vervolgens telkens toepassen.

Als men me vroeger vroeg hoe ik verhalen schreef zei ik meestal dat ik eerst mijn personages moest leren kennen. Zodra ik hen kende, vertelden zij me het verhaal. En net die raad had ik al die tijd in de wind geslagen. Ik was teveel met het verhaal bezig en te weinig met de helden. Hier aan zee nam ik de tijd om hen te leren kennen, ik nam hen mee uit voor een kopje thee, leerde hun ambities kennen, hun waarden, hun angsten en hun verlangens. En nu zijn ze klaar om hun verhaal te vertellen. En ik ben klaar om weer naar huis te gaan. De retraite zit er op. Volgende keer toch eentje in de zon!

27 februari 2018

Proust en eau de passé

“En cours de livraison” zegt de bestelstatus. Straks valt het dus in de brievenbus, een flesje met bijna vergeten inhoud. Het voelt alsof er een oude vriendin op bezoek komt. Je weet hoe het toen was,  niet hoe het nu zal zijn.

17 was ik, toen ik in een luchthaven een staaltje van haar kreeg; een lichtgele vloeistof in een smal, doorschijnend buisje met sierlijke, witte, handgeschreven letters: Quelques fleurs.  Een parfum mag dan wel mannelijk of onzijdig zijn, zij was vrouwelijk, daar bestond geen twijfel over. En ik… niet echt. Toch was er die klik. Ze was anders dan alles wat ik ooit had geroken. Ze was op een zonnige dag op je rug liggen in het midden van een bloemenweide dromend van de zee, ze was één bloeiende witte lelie in een door oorlog verwoest gebied, ze was een bloemenwinkel om middernacht. Ze was… perfect.

30 jaar later kan ik haar geur niet meer precies omschrijven, maar ik weet nog exact waar ik dat buisje voor het eerst heb geopend en hoezeer ik toen het gevoel had dat hem ‘mijn’ geur was. Het buisje werd gekoesterd, het vloeibare lentelicht slechts spaarzaam gebruikt en toen de voorlaatste druppel een wolk van geur om mijn hals had gelegd, vulde ik het buisje met water en de ijdele hoop haar nog wat langer vast te kunnen houden. Maar een geur laat zich niet vangen in water. Ze vervaagde en met haar ook de herinnering. Haar naam is me wel altijd bijgebleven en in elke parfumerie waar ik sindsdien ben binnengestapt, heb ik haar gezocht. Ik heb ondertussen een nieuwe ”Inge’- geur gevonden, maar telkens als er zo’n flesje op is, kan ik het niet laten even te kijken of ik haar niet toevallig zie staan. Ze is er nooit.

Tot gisteren! Ik was online op zoek naar de beste prijs voor een flesje Gaultier Classique en dacht weer aan haar. Zonder al te veel te verwachten typte ik haar naam. En daar stond ze goudgeel te schitteren. Dat ik daar niet eerder aan gedacht had! Het internet; archief, magazijn en rommelzolder van de wereld, de plek waar je alles vindt, zelfs de perfecte echtgenoot, maar dat is een ander verhaal.

Blijkbaar ben ik niet de enige die lang naar Quelques fleurs heeft gezocht. Het is een oudje onder de parfums, in 1912 gecreëerd en gedragen door heel wat beroemde dames. De ene noemt het een victoriaanse teletijdmachine, de ander vergelijkt het met het dragen van een stukje geschiedenis, haast iedereen vindt het vrouwelijk en gesofisticeerd. Voor mij was ze ‘gewoon’ een geur uit het verleden.

Ik ben niet À la recherche du temps perdu maar wel benieuwd of zich straks bij het openen het Proust-fenomeen zal voordoen.

 

 

Vitamine D en synchroniciteit

Je gaat op restaurant, geniet ontzettend van de smaakexplosies in je mond en je denkt bij jezelf: “Zo wil ik ook leren koken! Die technieken wil ik leren.” De volgende dag wandel je door de supermarkt en in de koopjesbak ligt er nog één kookboek, Le renouveau de la cuisine Française. Puur geluk? Een cadeautje van het universum? Een voorbeeld van ‘vraag en gij zult krijgen’ ?

Je hebt het gevoel wat ter plaatse te trappelen. De dagen glippen door je vingers zonder dat je er vat op lijkt te hebben. En dan valt er bij het opruimen een boek uit je kast. Precies het boek dat je nodig hebt om structuur te geven aan je dagen. Toeval?

Je voelt de drang om opnieuw te gaan schrijven. Er wordt een nieuwe website gemaakt, elke ochtend wordt er trouw geschreven, maar het volstaat niet. Er moet meer zijn dan alleen maar blogposts de wereld in sturen. En dan dient er zich een verhaal aan dat geschreven wil worden. Wat een toeval! Ja toch?

Of is het synchroniciteit? Een kompas dat ons de weg wijst.

Ik heb op dit ogenblik een tekort aan vitamine D, misschien kan synchroniciteit me een handje helpen en het nuttige aan het aangename koppelen. Bijvoorbeeld een schrijversretraite in Bali, een weekje Portugal, een hutje op een strand in Thailand… Liefst all inclusive zodat ik mij met niets anders hoef bezig te houden dan mijn personages te laten spreken. En kan synchroniciteit er dan meteen ook voor zorgen dat er iemand voor de kinderen, voor H. en de honden komt zorgen zodat ik zonder schuldgevoel de deur uit kan?

Of is er ook zoiets als teveel vragen? Vraag en gij zult krijgen. Vraag teveel en gij krijgt een deksel… op uw neus. Maar wanneer is het teveel?

Eigenlijk heb ik mijn schrijversretraite al gekregen. Vijf jaar Elzas. Geen zee in de buurt, maar wel een zee van tijd om te doen wat ik wil. Dank je universum! Dank je H! Nu nog een beetje zon deze kant op sturen en dan komt het met die vitamine D ook wel in orde.

1 februari 2018

 

Messias gezocht

Waar begin je een verhaal? Daar waar je bent?

Ik zit in de zetel, de voeten op een salontafeltje, mijn laptop op schoot. Door het raam waaien de geluiden van het einde van een schooldag naar binnen. Auto’s stoppen, ouders stappen uit, kleuters komen aangestormd, een dag wordt in enkele woorden samengevat, nog niet opgehaalde kleuters rennen joelend over de speelplaats. Alles gaat met de nodige decibels gepaard, maar dat geeft niet. Het zijn de geluiden van het leven in dit dorp. Ik woon er middenin, maar maak er geen deel van uit. Ik ben een toeschouwer.

Daarnet was het rustig en straks keert die rust wel weer. Het is slechts een golf van drukte die komt en gaat.

Daarnet wandelde ik door de velden. Zonder jas, zonder muts, zonder sjaal. Alles lag er nog kaal bij en toch was het warm en ademde de lucht al lente uit. Drie honden liepen voorbeeldig voor me en alles was perfect, precies zoals het hoorde te zijn. Er was rust, een golf van rust die komt en gaat. Als straks iedereen thuiskomt, keert de drukte weer.

Ik merk dat ik aan het neuriën ben. En neuriën wordt zingen.

“Ik ben op zoek naar een messias
man of vrouw heeft geen belang
die mijn ziel wat heil kan geven
want dat zoekt mijn ziel al lang”

Dat spreekt me wel aan zo’n Messias, iemand die je blindelings kan volgen om op je eindbestemming toe te komen. In het verleden heeft het me ook wel geïntrigeerd, het idee van een meester, mijn persoonlijke Mr Miyagi die me zegt dat ik de vloer moet schrobben, de ramen moet lappen, de honden moet uitlaten en waarbij ik dan aan het eind van de rit als beloning verlichting vind. Dat lijkt zo makkelijk. Of een meester die me op queeste stuurt, de wijde wereld in, als het even kan naar ergens waar het warm is.

Maar mijn weegschaalaard staat dat niet toe. Ze wikt, ze weegt, ze wil het iedereen naar zijn zin maken, en eigen aan haar aard alles in evenwicht houden, alle levensaspecten.

En toch… toch is er af en toe dat stemmetje dat fluistert dat er meer is, meer dan alles in evenwicht houden en daardoor eigenlijk niets doen.

Zodra die stem zich manifesteert, keert de onrust weer en dan ga ik op zoek naar iets nieuws. En in die zoektocht naar het nieuwe kom ik vaak weer bij het oude terecht. Zo ook nu. Morningpages, Anthony Robbins, Release Technique, Byron Katie, Vipassana, … zowat alles wat ik jaren geleden gedaan heb, komt terug, in golven. Sommige dingen pik ik weer op. Andere laat ik weer gaan.

Een gratis Kindle abonnement gaf me afgelopen week toegang tot een hele hoop boeken: The Ultimate Guide to To-Do Lists, How to Stop Procrastinating, The 7 Habits of Highly Effective People, 10-minute-Declutter, 23 Procrastination Habits, Reinvent yourself, Novice to Expert, The 21 Day Miracle: How to Change Anything in 3 Short Weeks, S’organiser avec un Bullet Journal,…

Deze week las ik meer over To-Do lijsten en uitstelgedrag dan in de afgelopen 47 jaar. En heeft het me iets bijgebracht? Eigenlijk wel. De lijsten werken. Migraine zorgde voor de noodzaak, de vraag. En de to-do lijsten geven me het antwoord.

Dus tot er zich een betere aandient, ga ik mijn eigen Messias zijn, maak ik mijn eigen lijstjes. Wax on, wax off…

29 januari 2018

Lijstjes, zeigarnik en de kunst van het procrastineren.

Wat onafgewerkt of onderbroken is, blijft door ons hoofd spoken. Dat ontdekte Zeigarnik bij het in de gaten houden van kelners en dat ontdekte ik ook ooit tijdens een examen. Het was laat, mijn hoofd zat vol en er moest nog één blad geleerd worden. Ik bekeek het even maar besloot meer nood te hebben aan slaap dan aan de wijsheid op papier. Hoe groot was de kans dat ik over die ene bladzijde een vraag zou krijgen? De cursus telde honderden bladzijden… De volgende ochtend kwam ik uitgeslapen het examenlokaal binnen, begroette de professor en koos een van de strookjes papier die voor hem uitgespreid lagen. Terwijl ik naar een lege bank liep, vouwde ik het open en als vloekwoorden tot mijn woordenschat hadden behoord, zou er toen vast en zeker een of meerdere aan me ontsnapt zijn. Op het briefje stond de titel van die ene bladzijde. Uiteraard! May the odds be ever in your favor. Maar het vreemde was dat ik zo goed wist dat ik het niet wist, dat ik het wel bleek te weten. Ik zag het blad voor me en kon haast zin voor zin “lezen” wat er stond. Een onafgewerkte taak…

De afgelopen jaren zijn er uiteraard wel vaker onafgewerkte taken geweest, ik duwde ze meestal een poosje naar een comfortabel hoekje in mijn hersenen en hield me onledig met wat dan ook, behalve dat. Waarom? Faalangst, perfectionisme, de opdracht te groot vinden, de tussenstappen niet zien, het te weinig uitdagend vinden, impulsiviteit,…. Procrastinatie tot kunst verheven, alles uitstellen, tot op het allerlaatste ogenblik, tot de noodzaak te hoog werd en de pijn van niet doen groter dan het plezier van iets anders te doen.

“Maak lijstjes,” stelde men me voor. “Dat werkt echt.”

Dus maakte ik lijstjes. Ik was er goed in. Urenlang kon ik plannen! Mooi gestructureerd, desnoods met kleurcodes volgens prioriteiten. Het probleem was dat het maken van zo’n lijstje me dan het valse voldane gevoel van verrichte arbeid gaf, terwijl ik nog niet eens een eerste echte stap had gezet.

“Gebruik een app! Dat werkt super.”

Dus besteedde ik eerst enkele uren aan het uitzoeken van de voor mij meest geschikte app, installeerde hem en zette er de eerste lijst in. Et voila! Daarna was het tijd voor een kopje thee, de beloning na al dat harde werken. Die app bleek inderdaad zeer super praktisch! Taak vandaag niet volbracht? Met één klik werd het doorgeschoven naar morgen. Of naar overmorgen…

Het enige wat echt werkte om mij te laten werken was het mes op de keel, een deadline. Maar hier in Frankrijk is er niemand meer die zegt dat de tijd dringt. Hier heb ik alle tijd en net daardoor raakt er buiten de dringende en noodzakelijke dingen nauwelijks iets gedaan. Enkel wat moet, niet wat ik eigenlijk wil, niet waar ik van droom. Hoe kom ik van willen en dromen naar moeten? Daar is een andere motivator voor nodig en die kwam er onder de vorm van hevige migraine-aanvallen. Meestal leggen ze me een poosje lam, maar net daardoor zetten ze me in beweging. De tijd waarin je iets gedaan krijgt is weer beperkt, dus moet hij nuttig gebruikt worden en dat vraagt planning. Bovendien drukt het je met de neus op je sterfelijke feit, het laat je je leven in vraag stellen. Ben ik tevreden met wie ik ben en wat ik doe? Heb ik ergens spijt van?

Blijkbaar vooral van dingen die ik niet gedaan heb. Dus maak ik toch weer lijstjes. Lijstjes met moetjes en lijstjes met magjes. Lijstjes met projecten en lijstjes met taken. Is de taak te groot om in één keer te doen? Dan wordt het in haalbare, hapklare brokken verdeeld. En plots werken die lijstjes wèl. Elke dag begint met wat ik al jaren uitstel. Er wordt afgevinkt en er wordt bij morgen bijgeschreven, niet omdat het vandaag niet gedaan is, maar omdat ik het morgen verder wil zetten.

Het Zeigarnik-effect in actie. Zodra de eerste stap gezet is, doet de taakspanning de rest.

26 januari 2018

 

 

Stijl gezocht

 

“Kan je iets doen met deze patronen?” vroeg men me enkele weken geleden. Zonder mijn antwoord af te wachten werd er een pakketje oude burdapatronen in mijn handen geduwd. “Ja, dank je,” stamelde ik en plots was er de geur van Sunlight zeep, Elnett haarlak en stoofvlees. Ik kromp een halve meter en stond in een andere keuken, in een andere tijd.

“Dag marraine, hoe gaat het met je? Doe bompa de groeten van me.”

Of hoe een tekening van een kledingstuk je terug kan werpen in de tijd… De schortjurk, met Remy stijfsel gladgestreken en een katoenen zakdoek in de zak, ze droeg hem altijd, het uniform van de volwassen vrouw.

Ik dacht er opnieuw aan toen ik afgelopen week in een pashokje stond. Ik ergerde me er aan het licht en de spiegel. Haast net zo erg als het licht en de spiegel bij kappers! Waarom kiezen ze toch zulke meedogenloze marteltuigen? Dat is toch onverstandig! Nu herken je jezelf er haast niet in. Er lijken instant kilo’s bij te komen. En dan die gordijnen! Die stoffige, haast altijd net te smalle, nauwelijks beweging in te krijgen gedrochten scheiden je amper van de rest van de winkel en van die opdringerige winkelmeisjes. Wie wil daar geheel vrijwillig tijd in doorbrengen als het niet echt noodzakelijk is? Ik denk dan al gauw: “Heb ik dit echt nodig? Nee toch… Ik vind nog wel wat in mijn kleerkast. Of beter nog, ik maak het gewoon zelf. Mijn kast puilt uit van de stof!”

Maar de stof blijft in die kast zitten en komt er enkel uit om iets voor de meisjes te maken. En in mijn kleerkast vind ik bij nader inzien toch niets geschikts.

Dus deze keer had ik echt wel iets nodig. Een mooi kleedje. Ik ben blijkbaar conservatief, ik grijp steeds spontaan naar dezelfde kleren, boots met een hak, strakke zwarte broek of jeans, zwart gecentreerd hemd, jeansvestje of (nep) leren jasje. Mijn garderobe kent geen seizoenen, ze merkt het verstrijken van de tijd niet. Tijdloos is echter niet het juiste woord. Ik pas ze wel eens, de tulp, A-lijn en kokerrokken, de frivole jurkjes, de mantelpakken, maar geen enkele bevalt me. Ik voel me verkleed, alsof ik niet naar een sterrenrestaurant maar naar een carnavalsfeestje moet. Ik kleed me nog steeds zoals ik me kleedde als tiener, twintiger, dertiger… terwijl ik echt wel richting 50 aan het wandelen ben.

Gisterenavond stuitte ik op een foto van 20 jaar geleden maar de rimpels buiten beschouwing gelaten, had dit een foto van vandaag kunnen zijn. Dezelfde kleding, hetzelfde kapsel, dezelfde passie… en ik weet niet of dat nu goed of slecht is.

Ik moet dringend op zoek naar een nieuwe stijl. Maar hoe kleedt een bijna vijftiger zich? Als ik om me heen kijk, krijg ik geen eenduidig antwoord. Het lijkt alsof er zoveel stijlen zijn als er mensen zijn en tegelijk lijkt iedereen er hetzelfde uit te zien. Of is dat net een uiting van gebrek aan stijl? Vroeger was het makkelijker. Je had de zondagse kleren en je had de schortjurk. Je had de tijdsgeest en je kleedde je ernaar.

Loop ik hopeloos achter, of heb ik gewoon geluk en heeft de tijdsgeest mijn stijl terug opgepikt? Hoe dan ook, ik kwam buiten met een comfortabele kaki trui met kraag, twee jurkjes voor op reis en een strakke kaki broek. En voor dat etentje? Daarvoor vind ik misschien nog wel iets in mijn kast…

24 januari 2018