42,195

Van elke ochtend een eindje lopen om het toenemende gewicht van de namiddagcocktail(s) bij voorbaat weg te werken naar een marathon lopen… op een zonovergoten terras leek het een kleine stap. Veel kleine stappen als je net als ik korte benen hebt, maar toch, een kleine stap.

Eigenlijk begon het eerder, met een boek, dit boek:

Ik las het boek twee keer en telkens kreeg ik de onweerstaanbare drang om ook een lange wandeltocht te maken. Hoewel… zo onweerstaanbaar bleek het toch niet.

Dit jaar zouden we het eindelijk echt doen, een lange tocht met honden en kinderen. Rugzakken, tent en stevige stapschoenen, meer leek er niet nodig om de reis te starten na het dichttrekken van de voordeur. De voordeur werd dichtgetrokken, meerdere keren, maar niet voor die tocht. De kinderen haakten af nog voor we de zin “Wat denken jullie van een wandelvakantie?” hadden uitgesproken. Dan maar met z’n tweetjes. Maar de ene dag was het te warm voor de honden, de volgende dag werd er een storm voorspeld en tenslotte ontbrak het ook ons aan zin. We hielden het bij iets langere wandelingen in Meerdaalwoud. We genoten, maar het gevoel van overwinning bleef uit.

“Zullen we dit jaar de dodentocht meedoen?” stelde ik voor terwijl we in de koelte van het bos al een paar uur aan een gezapig tempo achter de honden kuierden.

“Haal het niet in je hoofd!”

Te laat, het zat er al in, in de vorm van een verhaal dat stap voor stap vorm zou krijgen. Het gevecht met de kilometers als metafoor voor dat andere gevecht, met het leven, de realiteit.

Kunnen ongetrainde benen en een slechte knie dat wel aan? Zou ik mijn gewrichten geen blijvende schade toebrengen? Is het haalbaar om zoiets alleen te doen? Waarom alleen? Ik zou onze lieve vrienden kunnen vragen om te mogen aansluiten. Ze hebben een goed geoliede machine van helpers die dag en nacht klaarstaan en geroutineerd zijn in het voorzien van drank, droge sokken, pleisters en troost op moeilijke momenten. Zou ik mijn trots opzij kunnen zetten en die hulp vragen? En nog veel moeilijker, zou ik anderen getuige kunnen laten zijn van mijn mogelijke falen? Misschien zou dat wel een grotere overwinning zijn dan Bornem uitlopen.

Bornem werd even vergeten, het zonnige strand lonkte. Maar het zou niet een en al geluier worden. We namen ons voor elke ochtend een eindje te lopen. Ik stemde toe, me mentaal voorbereidend op pijn, afzien, zweten, zwoegen en boven alles achteraan hinken, achter twee mannen met langere benen en een veel langer loopverleden. Maar het ging vooruit, het ging vooruit, het ging verbazend goed vooruit, met zoveel… nee, met vuur en stijl zou ik niet durven beweren.

Om eerlijk te zijn… het was heerlijk om die mannen met gemak voor te blijven, het was heerlijk niet de vragende partij te zijn voor een rustpauze. En het was heerlijk om eindelijk eens dat euforische gevoel te ervaren dat je zou kunnen blijven doorgaan. Het best van al was dat het geen moeite kostte. Geen spierpijn, geen krampen, geen gehijg. Enkel een rood hoofd, maar een kniesoor die daarover valt.

Misschien was die roes me naar het hoofd gestegen, eventueel een beetje geholpen door de gin-tonic die even zalig was als de zeebries en de zuiderse zon… wat het ook was, ik hoorde mezelf op een bepaald ogenblik voorstellen om een marathon te lopen. Ik?! Een marathon?! De vraag viel niet in dovemansoren. A. was wel in voor een uitdaging. Het was nu of nooit, voor het lichamelijk verval al te veel zijn tol zou gaan eisen.

De volgende dag had ik nog geen spijt van de handdruk die onze afspraak bezegelde. Het leek haalbaar, één jaar om mind en body klaar te stomen voor deze afstand. Ik had eigenlijk geen idee wat ik me op de hals had gehaald. Hoeveel km is dat ook alweer precies? Hoe lang doet de gemiddelde onervaren loper erover? Het is niet omdat 6 km een peulenschil bleek dat ik er met evenveel gemak ruim 40 achter de kiezen krijg. Maar de zin was er wel én de motivatie om voor één keer tot het uiterste te gaan en mezelf een waanzinnig fysiek doel te stellen. Op een bankje, op de dijk, met een mojito voor me was ik ervan overtuigd dat ik het zou kunnen. Een stem op de achtergrond vroeg of ik het ook nog zou zien zitten als het 20° kouder zou zijn. Ik nam een slok, keek naar de blauwe lucht en de nog blauwere zee en negeerde het stemmetje. Yes I can!

Ik sloeg het schrift toe en las:

Enkele dagen later, 20° kouder, starend naar takken die dansen in regen en wind ben ik er niet meer zo zeker van…

27 juli 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s