De wereld van Sofie

We zijn op vlierbessenjacht met honden en kinderen. De honden zijn enthousiast, de kinderen minder. De oudste moppert. Het is te warm, de zak is te zwaar, het is te ver, de hond trekt te hard, haar voeten doen pijn en die regenbui is er echt teveel aan. Ik probeer geen opmerkingen te maken. Het is moeilijk om bijna 12 te zijn en te denken dat je hip gekleed met elegante ballerina’s een wandeling door de velden moet maken.

Mijn kinderen zijn als communicerende vaten. Als de ene moppert en mokt gaat de andere in superlievevrolijketater-modus. Y2 wordt Sofie, die andere, de krokodil. Haar mond staat geen minuut stil. Over alles heeft ze een mening en als er niets is om een mening over te hebben vertelt ze wel een droom, een herinnering of een weinig waarschijnlijke toekomst.

“Jij bent wel een stilleke,” zegt ze tussen twee verhalen door. “Jij zegt alleen iets als je echt iets wil zeggen. Ik bedoel…” Ze stopt, met praten én met wandelen en begint te lachen. “Als ik veel praat, kan jij natuurlijk niets zeggen. Er moet toch iemand luisteren.”

Ze slaat de nagel op de kop. Ik ben stil, praat alleen als ik echt iets wil zeggen en in conversaties ben ik eerder de luisteraar dan de spreker.

Waarom wil ik dan perse op papier mijn zegje doen? Het is zelfs mij een raadsel.

En ook daar ligt het niet voor de hand. Het kleine zwarte schriftje staat vol met blogtitels: A trip down memory lane – Forty & fabulous? Yeah Right! – Seks& censuur – Mangoestan & ramboutan – Tuinfilosoof in wording – Rock around the block – …

Je vindt ze hier niet terug omdat het er die respectievelijke avonden niet van gekomen is om de laptop aan te zetten. Te lui, te moe, te… je weet wel…

Zodra het moment voorbij is, verdwijnt de motivatie om het de wereld in te sturen. Het is verworden tot een oude koe. Voor de introvert is het een dunne lijn tussen nieuwtje en niets.

Toch moet ik me – tenminste op papier – de kunst van de small talk eigen maken. Ik kan de extraverten niet bannen uit mijn verhalen.

Gelukkig kom ik er af en toe tegen, zoals zaterdag. Het was een prachtexemplaar, het observeren meer dan waard, met een monoloog als een wandeling door een steeds veranderend landschap. Ze stopte bij de hond van een nicht, wierp een blik door de vuile ramen van een vervallen kasteel, bewonderde de motorhome van vreemden, maakte me attent op wind en wolken, laveerde me moeiteloos door parkpaden tussen hondenpoep en gemeentebudgetten. Ik zou niet één van die onderwerpen zelf aangekaart hebben omdat ik zou denken dat het mijn gesprekspartner geen moer kan schelen. Toch luisterde ik, met veel interesse en de nodige aanmoedigende knikken en klanken.

Zij was mijn held, mijn rolmodel. Aan haar ga ik me de komende weken spiegelen, om beter te worden.

Dus als je me morgen tegenkomt, schrik vooral niet als ik plots meer dan drie zinnen zeg. Als ik te lang uitweid over de braakballen van de honden of iets teveel details geef over de darmoperatie van de kat, geef dan discreet een seintje. Een smalltalker in spe maakt nu eenmaal beginnersfouten.

14 augustus 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s