driehondervijfenzestig dagen min twee maanden

Het was warm, veel te warm – om te werken, te poetsen, te koken, de honden uit te laten, zelfs om te slapen. En vooral dat laatste was jammer, want het was 3h42. In plaats van schaapjes werden muggenbeten geteld. Zevenentwintig, achtentwintig, negenentwintig… Pootjes op mijn schouder, pootjes op mijn been, pootjes naast mijn oog. Het ventilatiesysteem maakte teveel lawaai om het irritante gezoem te kunnen horen. Voelbaar waren ze des te beter. Eerst zacht kriebelend, dan scherp en brandend. Terwijl de ene zich nog zat te laven aan mijn bloed was er al een volgende op zoek naar het perfecte prikplekje.

Ik bewoog niet, geen millimeter. Om haar te sparen. Zolang ik gestoken werd, lieten ze haar misschien met rust.
Ik legde het laken over haar heen, bood de muggen mijn been aan en nam mijn e-reader. De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry. Het leidde me af van de muggen maar strooide woord na woord zout in een andere wonde.

Het beloofde nochtans een luchtig, gezellig uitstapje te worden. Weken voordien had ik het gevraagd, of ze zin hadden om apart twee dagen met mij weg te gaan. Ze mochten de stad kiezen, het hotel en hoe we de dagen zouden invullen.
Y2 wist het meteen: de eerste dag naar Bobbejaanland, overnachten in Kasterlee en de volgende dag naar Hidrodoe.
Voor Y1 werd het Gent met het SMAK, het museum voor schone kunsten, het designmuseum en natuurlijk de Veldstraat, en nog een keer, en nog een keer.
Aan de vooravond van haar middelbare school liepen we door de stad waar ik net na mijn middelbaar rondliep. Dezelfde stad en toch anders, dezelfde persoon maar heel anders. Onverwacht veranderde een ‘wij-tweetjes-uitje’ in een trip down memory lane. Het boek deed er nog een schepje bovenop. Wat had ik sindsdien gedaan met mijn leven? Hoe zat het met de dromen van toen? En nog belangrijker, hoe zit het met de dromen van nu?
In die kamer in het Backstay hostel waar alles krant en woorden ademde werd ik boos op mezelf. Ik had twee maanden niet geschreven, geen letter. Altijd was er wel iets geweest, te druk, te moe, te weinig tijd, te lui, te …
Ik had genoeg van ‘te’, stond op, liep naar de blogkamer en typte enkele velletjes vol om ze vervolgens aan de muur te hangen als leesvoer voor de volgende hotelgasten. Heerlijk om net iets harder op die toetsen te moeten drukken, geweldig om aan het eind van de regel het belletje te horen en te merken dat die linkerhand nog perfect wist wat ze moest doen om een nieuwe witregel tevoorschijn te toveren. Ik was nog net niet aan het kwijlen… dat gebeurde de volgende dag, toen we in een boekenwinkel een prachtige collectie ontdekten.
“Je krijgt er zo eentje,” beloofde ik mezelf, “de dag dat je een contract tekent voor een boek.”
Maar boeken verschijnen niet als bij toverslag. Daar moet aan gewerkt worden. Ook al is het ‘te’. Zoals nu.

 

 

 

20 juli 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s