Long time no see…

23 maart staat er onder het vorige bericht. Drieëntwintig maart! Ondertussen zijn we 10 april. Dat wil zeggen dat ik 18 dagen heb laten voorbijgaan zonder woorden. Achttien!

Mijn innerlijke criticus kijkt verlangend naar de delete toets maar ik houd hem tegen, in blogs moet men zich niet voortdurend de mond snoeren. Als hier de gekte niet een beetje ruimte kan krijgen, waar dan wel?

“Verontschuldig je dan op z’n minst voor de pathetische herhalingen en uitroeptekens.”

Goed, bij deze mijn excuses, maar weet dat dit slechts een fractie is van wat er zich in mijn hoofd afspeelt. Daar staan de cijfers in Britannic Bold 320 te knipperen in zwart en rood terwijl Fiona Allen, Doon Mackichan en Sally Phillips met spandoeken rondrennen en leuzen scanderen die elke woordeloze schrijver voorgoed het zwijgen zou opleggen. Het mag nog een wonder heten dat er ondanks die drukte vanbinnen toch nog woorden naar buiten komen.

Achttien dagen uit mijn leven zijn onopgemerkt tussen mijn vingers geglipt en met die dagen weer een stukje van de droom. Waarom sta ik dit toe?! Te ziek, te druk, te laf, te lui… Eerst was er die griep die volgens de pers het land uit was, maar die geheel incognito een tussenstop in W. had gemaakt. Dan was er het mooie weer, het onkruid en mijn schuldgevoel, de heilige Drievuldigheid die een mens tijdens terrasjesweer door de knieën laat gaan – om onkruid uit te trekken, nieuwe bodembekkers te planten, de moestuin klaar te maken en groenten te zaaien. Geniet maar van het zonnetje, zeggen de mensen dan…

Doe er nog een trouwfeest bij en vakantiedagen waarin de kids thuis zijn en dan wordt het al snel duidelijk waar die dagen naartoe zijn, naar alles behalve woorden.

Als de kinderen op theaterkamp vertrokken zijn en het is weer stil in huis, dan heb je geen reden meer om niet te schrijven. En toch dralen die vingers. Ze moeten een drempel overwinnen en na elke pauze lijkt die drempel hoger te worden, muur te worden, burcht te worden, een oninneembare burcht. Writer’s block…

Hoewel… Writer’s block is not the problem. The problem is not writing.

“Waarom doe je niet mee aan die wedstrijd? Dat moet voor jou toch een makkie zijn. En op die manier kan je er terug inkomen.” Onschuldige, goedbedoelde woorden. Ze zijn als gif want mijn aandacht is gewekt. Een schrijfwedstrijd bij Bouquet. Zou ik het nog een keer doen, een verhaaltje uit mijn mouw schudden over echte mannen en ware liefde? Over obstakels overwinnen en zegevieren? Ik was hiermee toch gestopt! Waarom zou ik teruggaan in de tijd en vasthouden aan wat bekend is? Nee toch.

Te laat. De personages zijn er meteen, kant-en-klaar voor een nieuwe start, fris gewassen en geschoren. Ze staan te popelen om in actie te schieten. “Schrijf mij een man,” fluistert ze. “Schrijf hem stoer en heldhaftig, schrijf hem knap en sterk, schrijf hem bij mijn lippen, zo dicht dat ik de warmte van zijn huid al kan voelen.”

“Schrijf mij een vrouw,” zegt hij met een warme, donkere stem. “Schrijf haar mooi en mysterieus, schrijf haar zacht en toch vurig, schrijf haar in mijn armen.”

Zou ik? Nog één keer? Het is zo makkelijk, hun verhaal stopt immers al waar het in het echte leven pas begint, bij de eerste kus.

Laat ik Caro dan in de steek? En Elise en Alex? Flirt ik met het nieuwe? Of laat ik het oude groeien?

Vroeger zou ik wellicht het vuur van de jacht op een nieuw verhaal verkozen hebben. Maar sinds een kus mijn leven in voor en na verdeeld heeft, weet ik dat ‘na’ ontzettend mooi is. Dus keer ik terug naar mijn psychopaat en geef het oude een nieuwe kans.

10 april 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s