Schrijven en eenzaamheid

In de dichte mist liep ik er eentje tegen het lijf, een ander woordwezen. Het zocht zijn weg, op de tast, naar oude woorden in een nieuw jasje. De woorden raakten aan de praat. Ik zie je, zeiden ze, ondanks de mist. Ik lees je. Ze raakten een snaar, die woorden, een snaar van herkenbaarheid, van eenzelfde taal spreken, van niet langer alleen zijn – ook al was het wezen niet eenzaam. Ik wil je, zeiden ze, ik wil je hoofdletters en je kleine letters, ik wil je cursief en onderlijnd. Ze toonden zich – groot, zo groot dat er slechts ruimte was. Ze toonden zich – klein, zo klein dat er niets anders meer was dan tranen en snot. En zelfs dan hoorden ze: ik zie je, ik lees je, ik herken je. En de woorden werden warmte die de mist deed verdwijnen.

Schrijven vraagt om stilte, om het solitaire, zegt men. Waarom zijn het dan de gedeelde woorden die het langst nagalmen?
Ik denk dus ik ben.
Ik schrijf/lees dus ik ben… niet meer alleen.

13 maart 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s